In februari en maart repeteerde ik met Het Laagland en Karlijn Hamer aan een nieuwe voorstelling voor peuters. We oefenden vaak achter gesloten deuren, maar regelmatig ook voor publiek. Want in het diepe springen en onaf materiaal uitproberen, dat is nou precies wat deze doelgroep vraagt.
De voorstelling spelen we in een tent. Tijdens een proefversie op Festival 2 Turven Hoog (tip!) liepen we even naar buiten om iets te pakken voor de volgende scène. En ja, een deel van ons publiek kwam toen vrolijk mee. Buiten de tent, daar gebeurt het ook. Peuters maken geen onderscheid tussen wat bij de voorstelling hoort en wat niet. Alles is de voorstelling. Ze filteren niet, omdat ze nog niet weten wat ze zouden moeten filteren. En precies dát is hun kracht als theaterpubliek.
Wij volwassenen richten onze aandacht op dat wat we denken dat belangrijk is. Een peuter zuigt alles tegelijk op. Alles is even belangrijk.
Wat me het meeste raakt is dat alles nieuwsgierigheid aanwakkert bij een peuter. Een emmer, het geluid van een potje, een draaiend blikje. Overal kan je je over verwonderen. Ten volle. Een peuter begrijpt de wereld via beweging, klank, imitatie, aanraking, ritme. Theater voor peuters spreekt op zijn best al die talen tegelijk aan. En alles wordt opgezogen om het na de voorstelling zelf na te kunnen doen. We maken regelmatig mee dat heel de voorstelling ergens in een hoekje wordt nagespeeld.
Die nieuwsgierigheid, die zijn we als volwassenen soms kwijt.
Spelen voor peuters is niet makkelijk. Er is geen beleefdheidslaag die hen aan hun plek houdt. Je kunt niet op de automatische piloot voor een peuter. Ze prikken er meteen doorheen. Het maken van peuterpubliek vraagt om precisie. Alles lijkt te moeten kloppen om met het publiek op dezelfde route te blijven.
Die aandacht zonder vooringenomenheid wens ik ons volwassenen ook toe. Ik houd mijn werk bewust eenvoudig en alledaags zodat je wel op zoek móet gaan naar wat er bijzonder aan is. En als je dat doet, zet je een soort verwonderknop aan die bij peuters nooit uit staat.
Dus beste publiek: wees als een peuter!
Foto: Moon Saris, 2019, Tijdens onze eerste peutervoorstelling Woosh!
Expositie, November 2025
Exposeren… ik heb er een haat-liefdeverhouding mee. Ik vind het prachtig dat objecten op zichzelf staan: dat ze er gewoon zijn, en dat er naar gekeken mag worden zonder dat ze iets opdringen. Het publiek bepaalt zijn eigen aandacht.
Tegelijkertijd mis ik dat ik het publiek kan verleiden om langer te kijken, op een manier die tijdens een performance wél mogelijk is. In een performance lukt het me om tijd en aandacht te regisseren, iets wat me in een
tentoonstelling niet lukt. De meerwaarde daarvan zit erin dat ik het publiek ergens doorheen kan helpen, over de hobbels heen waar je je aandacht even verliest.
Wanneer ik exposeer, zie ik het publiek soms maar enkele seconden kijken om vervolgens door te lopen. Dat doe ik zelf ook tijdens het bezoeken van een tentoonstelling. Maar geef ik een object dan wel de aandacht die het verdient?
Plaats ik het niet te snel in een hokje in mijn hoofd, zonder het de kans te bieden iets te laten ervaren dat ik nog niet weet? Aandacht kost moeite. Dat is de rijkdom van performance: dat je die moeite kunt delen, of voor kunt leven…
Foto: Roos Pierson tijdens de expositie Kunstscene van Ateliers Tilburg, november 2025.
Werk op maat, oktober 2025
Voor het Komma-programma van PARK maakte ik een korte reactie op de tentoonstelling Picture The Room van Michiel Kluiters en Femke Dekkers.
De tentoonstelling ging voor mij over de spanning tussen 2D en 3D, en over de kunst om een ruimte werkelijk tot de onze te maken (en wat betekent dat?)
Het zette me aan het denken over wat er nodig is om een ruimte ten volle te ervaren. Vaak lopen we haastig door kamers, alsof ze slechts functionele tussenstations zijn. Maar een ruimte kan soms meer worden als we vertraagd kijken, ontvankelijkheid zijn voor de schaal en het materiaal, en het besef dat ook muren en vormen een soort dialoog met ons kunnen voeren.
Terwijl ik door de tentoonstelling liep voelde ik me uitgenodigd om verder te kijken dan het oppervlak. Het eigen maken van een ruimte is misschien niets anders dan toestaan dat die ruimte iets in ons verschuift. Dat we er even anders door worden dan we waren.
De gedachten en het gevoel die ik meekreeg uit de tentoonstelling heb ik vertaald in een korte beeldende presentatie. Het was een project op maat, en dat gegeven maakte het proces helderder dan het ‘vrij’ werken. Een strak kader lijkt soms beperkend, maar juist in zo’n afgebakende ruimte ontstaat richting.
Alle gepresenteerde ruimtes in de tentoonstelling zijn door de handen van de makers gegaan. Het is voelbaar dat de maker als het ware in de ruimte verborgen zit. Dat die doorleefd is. En dus ten volle is ervaren.
Park013.nl/Komma
Artistiek onderzoek, mei 2025
Deze korte video’s zijn ontstaan uit een onderzoeksperiode naar de poëtische kracht van de kunst van het goochelen. Traditioneel draait goochelen om grote effecten, om het personage van de goochelaar dat iets onmogelijks lijkt te beheersen. Met als voornaamste reactie van het publiek: Hoe dan!?
Maar wat gebeurt er als we goochelen losmaken van spektakel en macht, en het benaderen als een vorm van aandacht? Kunnen we goocheltechnieken inzetten op een zachtere manier, zodat er meer ruimte ontstaat voor reflectie en verwondering in plaats van verbazing?
In deze video’s onderzoek ik hoe kleine ingrepen onze blik kunnen verschuiven naar de dingen an sich. Goochelkunst wordt hier niet gebruikt om de goochelaar te laten schitteren, maar om de dingen zelf een stem te geven. Wat doet een object wanneer het even aan onze controle ontsnapt? Ontstaat er een andere tijdsbeleveing als een ding zich plots anders gedraagt dan verwacht?
Door de technieken uit de goochelkunst te verbinden met het kijken naar stillevens wordt de aandacht verlegd en ontstaat er een andere vorm van goochelen die niet gericht is op spektakel. Het is een poging om een de aandacht te verleggen naar het het trage ritme van dingen. Alles beweegt, als je maar lang genoeg wacht.
Dit onderzoek naar de poëtische kracht van de kunst van het goochelen, waarvan deze video’s een tussentijdse oogst zijn, werd mogelijk gemaakt door Het Cultuurfonds en Theater De Nieuwe Vorst.
Workshop, november 2024
Van Panama Pictures, een gezelschap dat werkt op de grens van dans en circus, kreeg ik de vraag om een workshop te geven.
Het is een verrijking om mijn werk naar een vorm te vertalen waarbij ik het proces kan delen met anderen.
Daarmee geef ik een deel van mijn werk uit handen, en dat levert heel nieuwe perspectieven op.
We werkten die dag vanuit het idee van een visuele haiku: korte beelden waarin betekenis ontstaat uit de relaties tussen dingen.
Voor mijn werk vind ik haiku’s inspirerend omdat er veel en tegelijk weinig gebeurt.
En in plaats van daarmee tekstueel te experimenteren, vertaal ik dat in mijn werk naar het werken met objecten.
Vanuit het waarnemen van onze omgeving en het uitkiezen van objecten maakten we korte beeldende scènes.
Geen verhaal of personage, maar bewegende objecten die ‘zichzelf zijn’.
Het mooie aan een haiku is ook de ruimte die het biedt voor de lezer om het zelf te interpreteren.
Zo probeer ik ook mijn theater te maken: ruimte voor het publiek om het eigen te maken.
Video, juni 2022
Het decor van ‘Bram vindt ruimte’ is gebaseerd op een Japanse kamer: een plek die voor mij staat voor balans en rust. Maar ik merk telkens dat zo’n perfecte plek nooit volledig bereikbaar is.
In de Japanse filosofie wordt ruimte gezien als iets dat ontstaat tussen dingen en als iets dat altijd verandert. Daardoor blijft de ideale plek per definitie tijdelijk.
In de voorstelling ‘Bram vindt ruimte’ bouwen we het decor stap voor stap op, alsof we proberen te begrijpen wanneer een ruimte zich echt toont. En dat moment is vaak maar heel kort
De video ‘Haven in Brugge’ maakten we in de coronaperiode waarin theaters gesloten waren. We brachten het decor naar een verlaten havengebied en gebruikten de ondergaande zon om te onderzoeken of we daar dat gevoel van “er zijn” konden ervaren. Zulke momenten ontstaan wanneer de wereld heel even samenkomt met je aandacht.
Tijdens het filmen gebeurde dat misschien één keer. Een paar seconden waarin licht, ruimte en aandacht precies samenvielen. Daarna viel alles weer terug in wat het is: spaanplaat, tape, werk. De ervaring ergens voor even helemaal te zijn, spat vaak in een keer uiteen.
Die korte momenten van aanwezig zijn en opeens ergens anders zijn, vormden de kern van het onderzoek. Wanneer ben je ergens echt? En waarom duurt dat vaak maar een fractie van een seconde voordat je weer buiten de ervaring staat?
Credits:
Regie, bouw: Bram van Helden
Camera, bewerking: Gegam Soghomonyan
Kleurbewerking: Dries Alkemade
Filmset medewerking: Tom Heintz
Filmset medewerking:Justin Jankovits
Ontwerp, bouw: Danielle van der Kooij
Bouw: Tessa Verbei
Mogelijk gemaakt door: PLAN Brabant, Kunstloc Brabant